Het Hof van Justitie: eerbiediging van het recht

Net als elk rechtssysteem heeft de EU behoefte aan gerechtelijke waarborgen waarvan de effectiviteit door een onafhankelijke rechterlijke macht gegarandeerd wordt. Binnen de Europese Unie is dat de taak van het Hof van Justitie. Het Hof zorgt er zo voor dat de wetten van de Gemeenschap in de verschillende lidstaten niet verschillend worden geïnterpreteerd en toegepast en dat de instellingen van de EU aan de bepalingen van de Verdragen voldoen.

Het speciale rechtsstelsel dat door de EU tot stand is gebracht, geldt in het algemeen alleen binnen de Europese Gemeenschap - de eerste en belangrijkste van de drie zogenoemde "pijlers" van de EU. Er wordt daarom wel verwezen naar het "Gemeenschapsrecht" en niet naar het EU-recht.

Rol en verantwoordelijkheden
Om deze rol te vervullen, heeft het Hof van Justitie rechtsbevoegdheid om geschillen te beslechten waarin de lidstaten, instellingen van de EU, bedrijven en particulieren partij kunnen zijn. Het Hof moet bijvoorbeeld beslissen of een lidstaat nagelaten heeft zijn verplichtingen uit hoofde van de verdragen na te komen, en of een instelling haar bevoegdheden heeft overschreden of heeft nagelaten de juiste procedures te volgen. Het Hof dient er ook voor te zorgen dat het Gemeenschapsrecht door de nationale overheden en rechterlijke instanties van de lidstaten uniform geïnterpreteerd en toegepast wordt.
Bij het uitvoeren van deze taak vervult het Hof van Justitie verschillende rollen die in de lidstaten door een aantal verschillende rechterlijke instanties onder meer constitutionele hoven, administratiefrechterlijke instanties en de gewone rechter uitgevoerd zouden worden. Derhalve:

- kan het Hof geschillen beslechten tussen de lidstaten en de instellingen, of tussen verschillende instellingen zoals het Europees Parlement en de Raad over de afbakening van hun respectieve bevoegdheden uit hoofde van de Verdragen. In dit verband kan het Hof beslissen of de wetgeving van de Gemeenschap die door de instellingen is aanvaard, wel of niet in overeenstemming is met de Verdragen en kan het Hof nagaan of de wetten en andere besluiten die door de Europese Commissie en de andere instellingen zijn goedgekeurd, wettig zijn;
- kan het Hof vaststellen of de handelingen van de lidstaten strijdig zijn met hun verplichtingen zoals die uit de Verdragen volgen. Als het Hof concludeert dat een lidstaat niet aan zijn Verdragsverplichtingen heeft voldaan en heeft nagelaten gevolg te geven aan eerdere uitspraken van het Hof op dat gebied, kan het de betrokken lidstaat een geldboete opleggen;
- kan het Hof uitspraken doen over eisen tot vergoeding van schade die het gevolg is van handelingen van de instellingen. En, wat heel belangrijk is, het Hof adviseert de nationale rechters over de juiste interpretatie van de wetten van de Europese Gemeenschap in die zaken waarin deze rechters uitspraak moeten doen;
- kan het voorkomen dat het Hof in dit kader een uitspraak moet doen over kwesties zoals de gelijke behandeling van mannen en vrouwen op het werk, regels voor de bescherming van migrerende werknemers, handelsrecht en vraagstukken betreffende het vrije vervoer van goederen, intellectuele eigendom, landbouw en de bescherming van het milieu;
- herziet het Hof in hoger beroep, uitsluitend in rechtsvragen, uitspraken van het Gerecht van eerste aanleg.
Er is geen beroep mogelijk tegen de uitspraken van het Hof van Justitie. De rechters in de lidstaten die om een uitleg van het Gemeenschapsrecht hebben gevraagd, dienen zich aan de interpretatie van het Hof van Justitie te houden.

Samenstelling van het Hof en het Gerecht
Het Hof van Justitie bestaat uit vijftien rechters, die bijgestaan worden door negen advocaten-generaal. Zowel de rechters als de advocaten-generaal worden in algemene overeenstemming door de regeringen van de lidstaten van de EU benoemd voor een periode van zes jaar, die vervolgens kan worden verlengd. Elke drie jaar wordt een deel van de rechters vervangen of opnieuw benoemd en kiezen de rechters uit hun midden de president van het Hof.

In 1989 werd een Gerecht van eerste aanleg verbonden aan het Hof van Justitie. Het Gerecht van eerste aanleg behandelt alle zaken die door bedrijven en particulieren zijn aangespannen tegen de instellingen van de Gemeenschap. Het kan daarbij gaan om eisen voor vergoeding van schade of verliezen, veroorzaakt door de instellingen van de Gemeenschap bij de uitoefening van hun activiteiten, het aanvechten van besluiten van de Europese Commissie in verband met de regels betreffende eerlijke concurrentie, de aanvechting van de toepassing van antidumpingheffingen en zaken die door de ambtenaren van de Gemeenschap worden aangespannen tegen de instellingen in hun hoedanigheid als werkgever. Tegen de uitspraken van het Gerecht van eerste aanleg kan alleen met betrekking tot rechtsvragen bij Hof van Justitie beroep worden ingesteld.
Het Gerecht van eerste aanleg bestaat uit vijftien rechters, die net als de leden van het Hof van Justitie voor een verlengbare periode van zes jaar worden benoemd en die elke drie jaar hun president kiezen.
De procedure voor het Hof van Justitie
Zaken komen op twee manieren voor het Hof van Justitie.

- Directe beroepen waar de partijen hun geschil rechtstreeks voor het Hof brengen. De lidstaten en de instellingen van de Gemeenschap dienen hun zaak voor het Hof van Justitie te brengen, terwijl particulieren en bedrijven hun zaak voor het Gerecht van eerste aanleg aanhangig maken.
- Verzoeken om een prejudiciële beslissing van de rechterlijke instanties in de lidstaten. Elke nationale rechter die van mening is dat er over een kwestie betreffende het recht van de Europese Gemeenschap een uitspraak nodig is voordat deze rechter zelf vonnis kan wijzen, kan zich tot het Hof van Justitie wenden. Dit is geen vorm van hoger beroep, maar de uitspraak van het Hof van Justitie is wel bindend voor de nationale rechter en schept een precedent voor de rechters in alle andere lidstaten.
Sinds 1954 zijn er meer dan 10 000 zaken bij het Hof van Justitie aanhangig gemaakt en zijn er ongeveer 4 500 uitspraken gedaan.
Hoe kan ik een zaak bij het Hof van Justitie aanhangig maken?
Als je een klacht hebt tegen een instelling van de EU kun je die klacht rechtstreeks bij het Gerecht van eerste aanleg indienen. In zulke gevallen moet je vertegenwoordigd worden door een advocaat die bevoegd is te pleiten voor de rechterlijke instanties van een lidstaat.

Als je echter het gevoel hebt dat de rechten die je volgens het Gemeenschapsrecht hebt, zijn geschonden, bijvoorbeeld door je werkgever of door plaatselijke of nationale overheden, moet je juridisch advies inwinnen bij een praktiserend advocaat of de juridisch adviseur van een vakbond of andere vereniging waartoe je behoort. In het licht van dat advies kun je je zaak bij de bevoegde nationale rechter in het betrokken land aanhangig maken, die dan het Gemeenschapsrecht dient toe te passen en ervoor moet zorgen dat je rechten worden beschermd. Als die rechter van mening is dat een interpretatie van het Gemeenschapsrecht nodig is om in jouw zaak vonnis te kunnen wijzen, kan de rechter zich met een prejudiciële vraag tot het Hof van Justitie wenden.

Belangrijke uitspraken van het Hof van Justitie
Het Hof van Justitie heeft veel belangrijke uitspraken gedaan die hebben bijgedragen aan de voortgang van de Europese integratie. Het Hof heeft in het bijzonder de twee essentiële regels vastgelegd waarop de Europese Gemeenschap, als rechtsgemeenschap is gebaseerd:

- de rechtstreekse werking van het Gemeenschapsrecht in de lidstaten,
- de voorrang van het Gemeenschapsrecht boven het nationale recht.
Veel arresten van het Hof hebben directe gevolgen voor het dagelijkse leven van de burgers in de lidstaten. Voorbeelden daarvan zijn de uitspraken betreffende de gelijke behandeling van burgers van verschillende nationaliteit, de gelijke behandeling van mannen en vrouwen op het werk en de vrijheid om producten uit andere lidstaten te kopen en te consumeren. Recenter heeft het Hof in zijn jurisprudentie het principe ontwikkeld dat een lidstaat particulieren dient te compenseren die schade lijden doordat de staat nalaat aan zijn Verdragsverplichtingen te voldoen.

Hulp voor studenten
Het Hof heeft het in 1985 met een belangrijke uitspraak veel gemakkelijker gemaakt dat studenten uit de ene lidstaat gaan studeren in een andere lidstaat. In deze zaak had een Franse studente bij een Belgische rechtbank een klacht ingediend omdat de kunstacademie waar ze stond ingeschreven, haar meer collegegeld in rekening had gebracht dan aan haar Belgische medestudenten. De Belgische rechtbank verwees de zaak naar het Hof van Justitie, dat besliste dat een hoger collegegeld een schending was van het verbod op discriminatie dat in het Verdrag is vastgelegd. Universiteiten mogen studenten uit andere staten van de EU nu alleen nog maar hetzelfde collegegeld in rekening brengen dat ze ook studenten van hun eigen nationaliteit in rekening brengen.

Het Hof heeft voorts duidelijk gemaakt dat de beroepsorganisaties in de verschillende lidstaten de diploma's moeten erkennen die in de andere staten worden afgegeven, en dat ze, als de diploma's niet helemaal gelijkwaardig geacht worden, moeten aangeven in welk opzicht een diploma aangevuld moet worden; deze beslissingen moeten door de rechter kunnen worden herzien.

Vrij verkeer
Het principe van vrij verkeer van mensen, goederen, diensten en kapitaal tussen de lidstaten, vormt de grondslag van de interne markt. Het Hof heeft er in veel uitspraken voor gezorgd dat deze beginselen werkelijkheid werden. Migrerende werknemers hebben daardoor recht op hetzelfde loon en dezelfde sociale zekerheid als autochtone werknemers van een land, en bedrijven en personen zijn vrij tussen de lidstaten te reizen om diensten in andere landen te leveren of om daarvan gebruik te maken.

Voor zover het het vrije verkeer van goederen betreft, was de uitspraak van het Hof van Justitie betreffende de Franse zwartebessenlikeur "Cassis de Dijon" een historische uitspraak. Volgens de Duitse regels mocht de cassis niet in Duitsland worden ingevoerd omdat dit product niet de hoeveelheid alcohol bevatte die minimaal vereist was om als likeur aangemerkt te worden. Het Hof van Justitie besliste dat een product dat in een bepaalde lidstaat op legale wijze gemaakt wordt, in een andere lidstaat verkocht mag worden, tenzij er dwingende redenen met betrekking tot bijvoorbeeld gezondheid, veiligheid of milieubescherming zijn die uitsluiting rechtvaardigen. Zo oordeelde het Hof ook dat het Duitse verbod op de verkoop in Duitsland van bier dat op legale wijze in andere lidstaten wordt gebrouwen, maar dat niet voldoet aan de Duitse wetten op de zuiverheid van bier, onwettig was.

Een recente uitspraak van het Hof die veel aandacht heeft gekregen, hield in dat een Franse voetbalclub die een Belgische speler wilde contracteren, geen transfersom hoefde te betalen aan de Belgische club waartoe de speler behoorde. In andere gevallen heeft het Hof consequent vastgehouden aan het principe dat de fundamentele rechten en vrijheden binnen het kader van het Gemeenschapsrecht beschermd dienen te worden.

Het Hof van Justitie in een oogopslag
Samenstelling: Hof van Justitie: 15 rechters, 9 advocaten-generaal. Gerecht van eerste aanleg: 15 rechters.
Rol: interpretatie van het Gemeenschapsrecht.
Adres:
Boulevard Konrad Adenauer
L-2925 Luxemburg
Telefoon (352) 43 03-1
Fax (352) 43 03-2600
Website: curia.eu.int