Europese Centrale Bank

De Europese Centrale Bank (ECB) is het middelpunt van de Europese Monetaire Unie. Het hoofdkantoor van de Bank is gevestigd in Frankfurt. De ECB voert haar beleid onafhankelijk van de regeringen en heeft als belangrijkste taak de stabiliteit van de gemeenschappelijke Europese munt, de "euro", binnen de Monetaire Unie te waarborgen.

Bij de invoering van de Monetaire Unie in 1999 zal de Europese Centrale Bank (ECB) de verantwoordelijkheid voor het monetaire beleid op het grondgebied van de euro overnemen. Het monetaire beleid bestaat in het beheren van de geldcirculatie, bijvoorbeeld door invloed uit te oefenen op de rentevoeten. De ECB is volledig onafhankelijk van instructies van regeringen of andere autoriteiten. De centrale banken van de deelnemende landen blijven bestaan, maar moeten zich wel houden aan de door de Europese Centrale Bank uitgevaardigde richtsnoeren en instructies. Deze centrale banken en de ECB vormen samen het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB).

De nationale centrale banken beheren elk een deel van het kapitaal van de ECB dat evenredig is aan het bevolkingscijfer en het economische gewicht van de desbetreffende lidstaat. De ECB zetelt in Frankfurt en vormt praktisch gezien een voortzetting van het Europees Monetair Instituut.

Wie neemt de beslissingen?
De besluitvormende organen van de Europese Centrale Bank zijn de raad van bestuur van de ECB en de directie van de ECB. Het monetaire beleid wordt bepaald door de raad van bestuur, waarin de presidenten van de nationale centrale banken van de deelnemende landen en de leden van de directie van de ECB zitting hebben en hun stem kunnen uitbrengen. De president van de ECB zit de vergaderingen van de raad van bestuur voor.

De uit de president, de vice-president en vier andere leden bestaande directie zorgt ervoor dat de besluiten van de raad van bestuur worden uitgevoerd en geeft de nodige instructies aan de nationale centrale banken. De leden van de directie worden voor acht jaar benoemd; de leden van de raad van bestuur voor minimaal vijf jaar.

Het Europees Stelsel van centrale banken zal actief zijn op de markt om de doelstellingen van het monetaire beleid te verwezenlijken. Binnen de door de Raad van de Europese Unie bepaalde grenzen kan het ESCB minimumreserves voor de banken vaststellen.

De mogelijkheden voor het Europees Stelsel van centrale banken om toezicht uit te oefenen op banken zijn echter beperkt. Het kan bijstand verlenen bij de tenuitvoerlegging van de desbetreffende wetgeving. De Raad kan met eenparigheid van stemmen besluiten de Europese Centrale Bank rechtstreeks te betrekken bij het toezicht op de banken.

Het evenwicht tussen de instellingen
Er is nauwlettend op toegezien dat de verantwoordelijkheid voor het monetaire beleid gelijk verdeeld blijft over de diverse Europese instellingen.

De Europese Centrale Bank steunt het algemene economische beleid van de EU, waar mogelijk zonder de doelstelling van prijsstabiliteit in gevaar te brengen. Prijsstabiliteit is echter altijd de eerste prioriteit van de ECB.

De voorzitter van de Raad van de Europese Unie en een lid van de Europese Commissie hebben het recht deel te nemen aan de vergaderingen van de raad van bestuur van de ECB, maar hebben hierin geen stemrecht. De president van de ECB heeft eveneens het recht vergaderingen van de Raad van de Europese Unie bij te wonen wanneer daar zaken ter sprake komen die tot het werkterrein van de ECB behoren.

De Europese Centrale Bank zal jaarlijks verslag uitbrengen en de president en de leden van de directie kunnen tijdens commissievergaderingen van het Europees Parlement worden gehoord.