Artikelindex

 

17 juni 1997: het Verdrag van Amsterdam

De Europese Unie is nog steeds voortdurend in ontwikkeling. Op 17 juni 1997 bereikten de staatshoofden en regeringsleiders overeenstemming over een nieuw verdrag: het Verdrag van Amsterdam. Hiermee werd de uitkomst bekrachtigd van de intergouvernementele conferentie die in 1996/1997 werd gehouden. Dit was de derde belangrijke wijziging op de verdragen die ten grondslag liggen aan de EG.

De intergouvernementele conferentie ging op 29 maart 1996 in Turijn van start. Hiermee brak een zeer belangrijke fase aan voor de toekomst van Europese integratie. Niet alleen moesten, zoals was overeengekomen in het Verdrag van Maastricht, de verdragen worden herzien en verbeterd, er moest ook een basis worden gelegd voor een Europese Unie die dichter bij haar burgers staat, sterker is, effectiever handelt en klaar is om nieuwe lidstaten op te nemen.

Het Verdrag van Amsterdam heeft vier belangrijke doelstellingen:

- de werkgelegenheid en de rechten van de burger de spil maken van de activiteiten van de Unie;
- de nog resterende belemmeringen voor vrij verkeer wegnemen en de veiligheid binnen de EU verbeteren;
- de inbreng van Europa in mondiale aangelegenheden vergroten;
- de organisatiestructuur van de EU efficiënter maken met het oog op toekomstige uitbreiding.

Het nieuwe Verdrag waarover in Amsterdam overeenstemming werd bereikt, werd op 2 oktober 1997 officieel ondertekend. Het Verdrag moet echter nog worden geratificeerd door alle lidstaten.